3 stappen om verschillen en overeenkomsten in uiterlijk met kinderen te bespreken
23 juni 2021
5 stappen om met kinderen te praten over verschillende woonvormen
23 juni 2021
Toon alles

3 stappen om verschil en overeenkomsten in karakter met kinderen te bespreken

In het eerste hoofdstuk van het grote ontdekboek Hé, wie ben jij? stellen 20 kinderen zich voor. Ze vertellen wie ze zijn, door (karakter)eigenschappen van zichzelf te benoemen.

Zo is Giovanni veel bezig met hoe hij eruit ziet en is Shanti heel zorgzaam. Mohammed is heel sociaal en Yumi creatief. Ieder kind zal zich herkennen in één of meerdere van deze kinderen. En door het spiegeltje op iedere pagina kunnen kinderen zelf ook zien hoe zij eruit zien en vertellen wie zij zijn.

Het is ontzettend waardevol en leerzaam, voor kinderen, maar ook voor jezelf, om samen verder in gesprek te gaan over de overeenkomsten en verschillen die zij opmerken. Want kinderen zien wel verschillen, alleen hechten ze er (nog) geen oordeel aan,  zoals volwassenen dat wel vaak doen.

Het feit dat het ene kind altijd heel druk is, is voor kinderen gewoon zoals het is. Over het algemeen zijn kinderen dan ook heel goed in het accepteren van anderen zoals ze zijn. En dat is prachtig!

Als kinderen leren dat het goed is dat zij zo zonder oordeel en dus met respect voor iedereen, naar de wereld kijken, kunnen zij opgroeien in een vreedzamere wereld.

Maar dan is het wel van belang dat er openheid en oordoelloosheid is in het gesprek dat je met hen voert over (uiterlijke) verschillen en overeenkomsten. En daarvoor zijn er 3 stappen die je kunt volgen, om zo’n gesprek te voeren. Hé, wie ben jij? vormt hierbij het uitgangspunt voor het gesprek.

 

STAP 1

Lees aan je kind de informatie per kind uit het boek voor en benadruk de eigenschappen en dat waar het kind van houdt of juist niet van houdt.

 

STAP 2

Laat je eigen kind in de spiegel kijken en over zichzelf zeggen wat het leuk vindt en van houdt, of wat niet. Als het lukt laat je kind dan ook zelf kenmerkende eigenschappen benoemen. Lukt dat niet, dan kun jij dat doen. Bijvoorbeeld: ik vind jou…. (grappig, stil, nieuwsgierig, eigenwijs, vrolijk, rustig, etcetera).

 

STAP 3

Bekijk dan nog eens samen alle kinderen uit het boek en bespreek alle eigenschappen. Herkent je kind zich in een of meerdere kinderen?

 

Let erop dat je vooral je kind laat praten, stel alleen vragen. Op die manier leer je je kind zelf na te denken en je bevestigt het in de open manier waarop het naar de wereld kijkt.

 

VEEL PLEZIER!

[layerslider id=”22″]

Comments are closed.